Gies aan de schietpaal
Heroprichting Dionysiusgilde in 1922
Koningschieten 1962. Vendelier Jan Hermsen brengt de vendelgroet aan nieuwe koning Jac van Dijck en beschermheer Peter Roovers op schietterrein aan het Slangenrad. V.l.n.r. ?, Hein Wilmsen en Hen Lucassen
Het Dionysiusgilde Wanneer het St. Dionysiusgilde werd opgericht, kon tot op heden niet worden achterhaald. Wel zijn een aantal datums bekend waarop opmerkelijke gebeurtenissen in het gilde hebben plaatsgevonden. Veel van deze wetenswaardigheden werden opgedoken in het Staatsarchief Münster/Westfalen in Duitsland. Op 10 december 1631 is in een oorkonde vastgelegd dat Jan Clabbers verplicht is elk jaar, op St. Stefanusdag (26 december), een halve ton bier te schenken omdat hij een stuk heidegrond, genaamd Meerweert, in gebruik heeft. Dat betekent dat het gilde tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) aktief was, iets dat opmerkelijk is omdat in Brabant de schuttersgilden nagenoeg allemaal verboden waren. In de genoemde oorkonde wordt het gilde ook aangeduid met schutterij.
In 1971 werd in het Staatsarchief van Münster door de Zeereerwaarde Heer Th. Driesen, rustend pastoor te Well, en M. van den Brand uit Venray een document ontdekt dat handelde over de heroprichting van het St. Dionysiusgilde op 14 juli 1648. Het dokument bevatte een reglement, opgesteld door Freiherr von Vittinghoff-Schell als Heer van Heijen. Het gilde wordt in dit reglement zowel met schutterij als broederschap alsook met confraterniteit aangeduid. Het reglement geeft in 22 artikelen aan waaraan de leden zich te houden hebben, de zogenaamde “Caert” van het gilde. Het gilde heeft een zwaar militair karakter. Overtreding van de regels betekende doorgaans een boete in de vorm van een aantal liters bier. Het familiewapen van Vittinghof-Schell prijkt nog altijd in de gevel van kasteel “Huis Heijen”.
Koningspaar Jac van Dijck en Nellie van Dijck-Litjens (1962).